#radiomaker #televisiemaker #journalist #BNN University 2012 #radio 1 #schrijft ook #wielrennen is het allermooiste
6 posts tagged recensie

Het is even wennen, maar toch echt waar: terwijl operagezelschappen hun aria’s ten gehore brengen om bezoekers te werven, geeft Ali B zijn publiek alvast ‘de boks’ terwijl zijn tent op de Parade overvol stroomt. De aankondigingstekst is duidelijk: ‘In zijn nieuwe voorstelling geeft Ali B antwoord. Eerlijk, ongezouten en met de humor die zijn mening nog eens onderstreept. Want om de waarheid mag gelachen worden, als je hem maar serieus neemt’. Grappig om te zien, maar kan de rapper ook serieus genomen worden als theatermaker?
Leipe mocro flavour
Dat rapper Ali B op de Parade staat is minder vreemd dan het in eerste instantie lijkt. De tijd dat Ali B doorbrak met raps zoals Leipe mocro flavour en teksten schreef over ‘sletjes’ is voorbij. Het publiek op de Parade lijkt vooral op de show te zijn afgekomen door het veelgeprezen televisieprogramma Ali B op volle toeren (TROS). Samen met bevriende rappers bezoekt Ali B hierin zangers en zangeressen van het levenslied om een compleet eigen interpretatie aan hun oude maar nog altijd bekende hits te geven. De creativiteit spatte van de buis en keer op keer viel te concluderen dat de taal van muziek universeel is en verbroedert.
Vragenvuur
De opzet van de voorstelling is simpel. In zijn inleiding belooft Ali dat het publiek vragen mag stellen in verschillende categorieën: ‘de rapper’, ‘de vader’, ‘de BN’er, ‘de Marokkaan’, enzovoort. De voorstelling resulteert dan ook in een soort vragenvuur waar geen rode draad in te ontdekken valt. Logisch, want het publiek roept alles wat in haar opkomt.
Ali B geeft openhartig antwoord en probeert door middel van raps en verhalen op de vragen in te springen en de show op die manier te sturen. Maar er is te weinig tijd: de voorstelling is na veertig minuten duidelijk nog niet rond. “Kom vooral kijken naar de echte voorstelling in de theaters,” roept hij na afloop dan ook snel.
Poëzie
De voorstelling heeft door de rol van het publiek veel weg van stand-up comedy. Het lijkt alsof Ali B dit genre een beetje heeft onderschat. Op dit gebied heeft hij in ieder geval nog veel te leren. De stemming zit er goed in en er wordt regelmatig gelachen, maar de echt goede grappen ontbreken. Net zoals een hoogtepunt in de show en een rode draad. Toch zijn er momenten waarop hij wel excelleert. Wanneer Ali B doet waar hij om bekend staat maakt hij verreweg de meeste indruk. Zijn scherpe rapteksten klinken soms zelfs als poëzie en komen recht uit zijn hart. Dat dwingt respect af bij het publiek.
Knuffelmarokkaan
“Waarom denk je dat je bent doorgebroken?” Het antwoord van Ali B op de vraag uit het publiek zegt eigenlijk alles: “Misschien had Nederland wel gewoon behoefte aan een knuffelmarokkaan,” zegt hij grinnikend. Daar zit wat in. Want hoewel de rapper in het theater nog niet tot de top behoort, zijn oprechtheid en gedrevenheid de sleutel tot Ali B’s succes. En dat is ook wat waard.
Deze recensie verscheen eerder op CultuurBewust.nl

De zweetdruppeltjes stromen over het kale hoofd van de slanke Rotterdammer. Razendsnel bewegen zijn benen op de pedalen van zijn glimmend rode wielrenfiets. De ritmisch swingende klanken van de band Ocobar begeleiden Wilfried de Jong op zijn tocht langs diepe dalen en steile hellingen. Je kunt er niet omheen: de theatertour Man en Fiets van televisie- en theatermaker Wilfried de Jong gaat over wielrennen, maar is daarom niet alleen voor mannen met fietsen interessant.
Mont Ventoux
De rode draad van De Jongs kleinschalige theatertour is een zwart-wit filmpje dat zijn negenjarige zoon samen met vaste cameraman Rob Hodselmans maakte. Terwijl Wilfried puffend de Mont Ventoux op fietst -een berg die al jaren het decor voor tragiek, heroïek, afzien en triomf vormt- vraagt zijn zoon aarzelend vanuit de auto of het allemaal wel goed gaat. ‘Het gaat wel’, mompelt de kale televisiemaker buiten adem.
Munkzwalm
Aan de hand van verhalen over het leven van wielrenners wordt de toeschouwer verder meegenomen in een korte wielerronde. Wilfried vertelt over de wielrenner en zijn vriendin, over zijn overleden wielerheld en kale look-a-like Marco Pantani. En over het kleine, Belgische minidorpje Munkzwalm, dat tijdens de Ronde van Vlaanderen standaard op z’n kop staat: het peloton met wielrenners komt dan door het gat en Munkzwalm geniet voor één dag wereldfaam.
Karakteristiek
De Jong verstaat de kunst van het vertellen hierbij als geen ander. Met zijn licht Rotterdamse accent en karakteristieke hoofd neemt hij de toeschouwer mee in de geromantiseerde wereld van het wielrennen. Dankzij zijn oog en oor voor detail zie je al zijn verhalen feilloos voor je.
‘Munkzwalm: in de bocht staat een Mariabeeld dat van pure verlatenheid roestige tranen huilt.’ In combinatie met de beelden die achter hem geprojecteerd worden en de diepe verhalende klanken van de band Ocobar lijkt het alsof je zelf langs de kant van de weg staat in Munkzwalm. Daar komen ze! De Jong blèrt door de microfoon, de band voert het tempo op tot een hoogtepunt.
En plotseling is het stil. Oorverdovend stil. Na een minuut zijn alle renners weer voorbij gesjeesd. Dat waren ze. ‘Het Mariabeeld is gestopt met huilen’.
Mannen en fietsen
Wanneer je helemaal niets met wielrennen of sport te maken wil hebben, kun je deze voorstelling misschien beter overslaan. Maar aan de andere kant gaat Man en Fiets over veel meer dan alleen sport. Doorzettingsvermogen, lef en romantiek zijn universeel, en niets symboliseert dit beter dan een sporter die de top van de berg wil bereiken.
Net zoals bij zijn sportprogramma Holland Sport doet De Jong zijn best om het voor de niet-sporter ook interessant te maken. Deze voorstelling is dus niet alleen bestemd voor mannen met fiets. Sterker: het zou heel goed kunnen dat je na het zien van deze etappe plotseling zin krijgt om direct na het slotapplaus op de fiets te stappen.

Met zijn ‘absurdistische voorleesperformance’ voegt Ronald Snijders een compleet nieuw genre toe aan de Nederlandse theaterwereld. In een razend tempo overspoelt Snijders z’n publiek met zijn bizarre hersenspinsels, net zo lang tot ze erin verdrinken. Er is geen touw aan vast te knopen, maar vernieuwend is het wel.
Staand achter een katheder begint Ronald Snijders zijn ‘voordracht’ met een huishoudelijke mededeling: ‘Als er mensen zijn die willen zwemmen, dan mag dat. Als je maar geen mensen nat maakt die niet willen zwemmen.’ Het blijkt de aftrap van een onophoudende reeks bizarre, absurdistische teksten die geen enkel verband met elkaar lijken te hebben. Met een vloedgolf aan ‘psychedelisch proza’ overspoelt hij zijn toehoorders. Net zo lang totdat ze door de bomen het bos niet meer zien.
Staat van Verwarring
Het idee is simpel: ‘Ik ga jullie vanavond voorlezen uit eigen werk’. Dat klinkt knus. De teksten die de 35-jarige absurdist -bekend van o.a. het VPRO-televisieprogramma De Staat van Verwarring en het fictieve actualiteitenprogramma Binnenland 1- vervolgens ten gehore brengt zijn onnavolgbaar. Er is absoluut geen samenhang in zijn ‘associatieve achtbaanpoëzie’ te ontdekken. Het kost daarom veel moeite om de aandacht bij zijn voorgelezen verhalen te houden, laat staan om ze te begrijpen. Maar waarschijnlijk is dat helemaal ook niet zijn bedoeling.
Toch zitten er ook heldere momenten in Snijders’ performance. Bijvoorbeeld wanneer hij een journalist nadoet die een gesprek voert met een ‘slachtoffer van de regen in Leeuwarden’: ‘Tjerko, jij was op straat toen het begon te regenen. Het is inmiddels droog. Hoe is het nu met je?’. Dit is één van de passages die met wat inlevingsvermogen kan worden gezien als kritiek op de onophoudende (en soms nutteloze) informatiestroom waarmee we dagelijks geconfronteerd worden.
Te veel
Helaas zijn de sterke momenten die ook blijven hangen schaars. Wanneer hij een lange lijst van ‘niet bestaande mensen’ opleest, wordt duidelijk dat dit een soort humor is die niet door iedereen wordt begrepen. De bizarre korte verhalen van Snijders volgen elkaar te snel op, waardoor het al snel te veel is om te bevatten. Jammer, want de vele woordgrappen die de absurdist de zaal in slingert worden hierdoor lang niet allemaal gehoord of begrepen. Het is dan ook een opluchting wanneer Snijders een passage speelt waarin zijn microfoon hapert: even geen duizelingwekkende teksten, maar rust en een act die afwijkt van het geheel. Precies deze afwisseling had Verkeerde Benen wat meer kunnen gebruiken.
Na een ruim anderhalf uur durende krankzinnige trip door het hoofd van Snijders loopt het publiek grotendeels in staat van verwarring de zaal uit. Liefhebbers van het absurdistische genre zullen misschien hun vingers aflikken bij deze performance, maar de overweldigende hoeveelheid bizarre beelden is eigenlijk niet te bevatten en daarom ook te veel van het goede.

Met de timing van theatermakers Rory de Groot en Aukje Dekker zit het wel goed: precies nu er in Den Haag flink wordt getwijfeld aan ‘het nut’ van kunst en cultuur, besluit het duo een voorstelling te maken over nutteloosheid. Hoe haal je het maximale uit ‘niets’? is de vraag die centraal staat in hun half uur durende optreden op de sfeervolle Parade in Utrecht.
Aukje en Rory zoeken naar een manier om zo gelukkig mogelijk te worden met iets dat totaal nutteloos is. De ultieme activiteit om dit te bereiken is volgens hen het bouwen van een toren van witte borden (‘witte borden zijn abstract als je ze buiten hun context plaatst’) en deze dan vervolgens in een keer kapot gooien. Aan de hand van een nuttige powerpointpresentatie leren zij het publiek hoe dit op de meest effectieve manier gedaan kan worden: ‘gebruik geen borden van aardewerk of porselein: melamine is goedkoop én maakt een goed geluid’ (want: ‘nutteloosheid hoeft niet per definitie veel geld te kosten’).
Duct tape
Het duo stort zich vol overgave in hun ‘nutteloze’ project en kent hierbij geen gêne, zoals de naam van het stuk al doet vermoeden. Tijdens korte muzikale onderbrekingen dansen de twee wild over het toneel, beide acteurs spelen fris en enthousiast. Al snel ontstaat er een vrolijke sfeer in de grote tent op de Parade. Er wordt flink gegrinnikt wanneer het duo een stukje duct tape opvouwt alsof het een immens tafelkleed is, komisch en herkenbaar tegelijkertijd.
Nutteloos
Maar praktisch gezien gaat de voorstelling eigenlijk nergens over. ‘Wat heb ik hier nou aan?’, denk ik terwijl ik naar de instructie over het bouwen van een nutteloze toren van borden luister. Dat neemt niet weg dat er na afloop genoeg stof tot nadenken is. Rory vertelt namelijk dat hij 16 jaar lang leefde met letterlijk en figuurlijk slechts één doel voor ogen. Hij speelde uiteindelijk met het eerste elftal van Feyenoord voetbalwedstrijden tegen Rafael van der Vaart en won talloze prijzen. De jonge theatermaker bereikte zijn doel en de jaren van keihard werken zijn voor hem nuttig geweest.
Geluk
Maar wat doe je wanneer jouw doel eenmaal bereikt is? En waarom moet alles wat mensen doen eigenlijk nuttig zijn? Aukje en Rory weten het al lang: van zinloze dingen kun je ook ontzettend gelukkig worden, en daar hoef je je helemaal niet voor te schamen. Het spelen van een ‘zinloze’ voorstelling over nutteloosheid is misschien wel het toppunt hiervan. Het publiek wordt geconfronteerd met z’n eigen gêne voor zinloosheid, en stroomt na een half uur met een lach de tent uit. Zo blijkt maar weer: zelfs dingen die in eerste instantie volkomen nutteloos lijken, krijgen weer zin in het theater.

De voorstellingen in het ‘off broadway’ muziektheater M-Lab staan deze maanden in het teken van de Amerikaanse componist Stephen Sondheim, die ook wel de ‘Shakespeare van de musical’ wordt genoemd. Met de musical Sunday in the Park with George heeft het ‘laboratorium voor muziektheater’ een nieuw pareltje in huis. In het verhaal over de Franse schilder George Seurat – de uitvinder van het pointillisme – komen zijn schilderijen tot leven. De prachtige projecties, kostuums en staccatomuziek maken ‘Sunday’ tot een droommusical: een indrukwekkende belevenis.
Zondagmiddag
In 1984 schreef musicalvernieuwer Stephen Sondheim samen met James Lapine een verhaal over de minstens zo vernieuwende schilder George Seurat (gespeeld door Alex Klaasen). Sunday in the Park with George is gebaseerd op het bekendste werk van Seurat: ‘Un dimanche après-midi à de la Grande Jatte (‘Een zondagmiddag op het Le Grande Jatte eiland in Parijs’). Een groot deel van de voorstelling speelt zich af op dit eiland, waar Seurat continu bezig is met het naschilderen van mensen die zich in het park bevinden. Zijn nog onbekende schilderstijl, het later pointillisme, valt niet in goede aarde, zelfs niet bij zijn beste vriend Jules (Jeroen Phaff).
Met verve
George sluit zich af voor de buitenwereld. ‘Ik zie de wereld door een venster en ik ben wat ik maak’, zegt hij. Hij leeft in zijn doek en met zijn penseel en vindt het moeilijk om echt contact met de mensen in het park te maken. Andersom is dat ook het geval. De voorstelling is om zijn relatie met Dot (Elise Schaap) heen gebouwd, zij stoten elkaar af en trekken elkaar aan, maar komen – tot groot verdriet van Dot – nooit echt tot elkaar. George leeft voor zijn kunst en zelfs zijn relatie met de inmiddels zwangere Dot staat dat niet in de weg.
Toch draait de voorstelling niet alleen om deze liefdesrelatie, het gaat ook over de eenzaamheid van een kunstenaar en de moeilijkheid van het maken van de juiste keuzes.Alex Klaasen speelt de rol van de in zichzelf gekeerde kunstenaar met verve. Elise Schaapschittert in haar rol als aandoenlijke, meelijwekkende vrouw.
In de tweede acte maakt het verhaal een tijdsprong en speelt de achterkleinzoon van George de hoofdrol. Ook hij is kunstenaar en hij loopt tegen de zelfde problemen aan als zijn beroemde voorganger: zijn vernieuwende kunst wordt niet gewaardeerd, zelfs niet door zijn vrienden. Interessant detail: Sunday in the Park with George is een grotendeels autobiografisch stuk. Het leven van George Seurat zoals dat in de musical naar voren komt heeft overeenkomsten met dat van musicalmaker Sondheim.
Vernieuwend
De Sondheim-musical is niet alleen vernieuwend vanwege het thema, deze uitvoering wordt ondersteund door prachtige videoprojecties van Coen Bouman. De projecties geven extra dynamiek. Ze vormen het decor van de voorstelling, maar illustreren tegelijkertijd ook de vorderende schilderijen van George. Wanneer hij achter zijn ezel zit, verandert het decor doordat de projectie in beweging is.
Ook de kostuums, (van de hand van Maya Schröder) zijn vernieuwend en passen perfect in het totaalbeeld. De jurken en pakken van de acteurs zijn gemaakt van een stof met een pointillistische print. Zij zijn niet alleen personages zijn in het verhaal, maar figuren ook in het schilderij van George.
Zelfs de muziek is opvallend anders dan de bekende musicalarrangementen. Onder begeleiding van ‘pointillistische staccatomuziek’ komt het schilderij onder de handen van George tot leven. De verpletterend mooie samenzang en liedteksten (vertaald door Koen van Dijk) blazen de toeschouwer geregeld van zijn stoel, maar ook de prachtige solo’s van Alex Klaasen en Elise Schaapmaken indruk.
Het leven en werk van Seurat worden gekenmerkt door orde, structuur, spanning, evenwicht en harmonie. Dat geldt ook voor Sunday in the Park with George. Een voorstelling om in te lijsten.
Deze recensie verscheen eerder op CultuurBewust.nl.
Loading posts...